Wat is bewegend leren in de praktijk
Bij bewegend leren wordt beweging toegevoegd aan gewone lessen, zoals rekenen of taal. Kinderen lopen bijvoorbeeld naar een kaart op het bord als ze het antwoord weten of springen keer zoveel als het juiste cijfer bij een som. Er zijn ook spellen waarbij woorden of getallen verspreid liggen in het lokaal en kinderen door de ruimte bewegen om opdrachten uit te voeren. Op deze manier blijft het niet bij alleen zitten en luisteren, maar is ieder kind in de klas actief betrokken. De opdrachten die worden gedaan zijn steeds verschillend. Het doel is om leren interactiever en afwisselender te maken, zodat iedereen beter oplet en met plezier werkt.
Voordelen voor lichaam en brein
Regelmatig bewegen tijdens het leren zorgt niet alleen voor sterke spieren en gezonde botten. Het helpt ook om langer op te letten en informatie sneller te onthouden. Wetenschappers hebben ontdekt dat kinderen die regelmatig bewegen tijdens de les, zich beter kunnen concentreren. Daardoor maken ze minder fouten en blijven ze langer gemotiveerd. Door te springen of rennen tijdens het leren, stroomt het bloed sneller en komen er stoffen vrij in de hersenen die goed zijn voor het geheugen. Dit maakt bewegend leren niet alleen goed voor de fysieke ontwikkeling, maar ook voor betere prestaties op school.
Bewegend leren is er voor iedereen
De aanpak van bewegend leren is in het algemeen geschikt voor alle leeftijden. Zowel jonge kinderen in de onderbouw als oudere leerlingen in de bovenbouw profiteren ervan. Sommige scholen kiezen ervoor om elke dag een korte beweegpauze in te lassen, terwijl andere scholen complete lessen inrichten met beweging. Ook thuis of op sportclubs kunnen ouders en trainers beweging inzetten om het leren makkelijker en leuk te maken. Door aan te sluiten bij het niveau en de leeftijd van het kind, is er voor iedereen een passende vorm te vinden. Het mooie is dat het niet uitmaakt of je goed of minder goed bent in sport. Bij bewegend leren telt het meedoen en bewegen, niet wie het hardst rent.
Voorbeelden van bewegend leren in het dagelijks leven
Er zijn veel praktische manieren om beweging aan leren toe te voegen. Een bekend voorbeeld is het inzetten van flitskaarten die op verschillende plekken hangen en waarbij kinderen moeten zoeken en bewegen. Bij taal kunnen bijvoorbeeld woorden op kaartjes liggen en moeten kinderen het juiste kaartje vinden bij het plaatje. Tijdens rekenen kunnen sprongen of passen worden geteld als antwoord op een som. Ook zijn er digitale spellen waarbij je opdrachten oplost door te bewegen voor een scherm. Zelfs buiten kan bewegend leren doorgaan, bijvoorbeeld door een speurtocht te koppelen aan opdrachten over rekenen of taal. Op deze manier verandert leren in een actieve belevenis in plaats van een lange zit.
Bewegend leren als vast onderdeel van de dag
Steeds meer scholen maken beweging standaard onderdeel van hun dag. Ze kiezen bijvoorbeeld voor een ochtendgymnastiek, korte beweegspellen tussen de lessen door of rekenen in de gymzaal. Docenten merken daardoor vaak dat de sfeer in de klas beter is. Leerlingen vinden leren vaak leuker met wat meer afwisseling. Ook zijn er minder ruzies en kinderen zitten lekkerder in hun vel. Het wordt normaal om te leren in beweging te zijn, waardoor iedereen zich ontwikkeld op zijn eigen tempo. Op termijn draagt deze aanpak bij aan een gezonder en actiever leven, ook buiten school.
Meest gestelde vragen over bewegend leren
Wat zijn de voordelen van bewegend leren voor kinderen?
Kinderen die regelmatig bewegen tijdens het leren, kunnen zich beter concentreren, onthouden stof sneller en bewegen genoeg voor hun gezondheid. Ook krijgen kinderen meer plezier in leren.
Kan bewegend leren ook buiten school worden toegepast?
Bewegend leren werkt ook thuis of bij clubs. Ouders en trainers kunnen bijvoorbeeld speurtochten, beweegspelletjes of quizzen met beweging inzetten om het leren makkelijker te maken.
Is bewegend leren geschikt voor leerlingen in de bovenbouw?
Ook oudere leerlingen halen voordeel uit bewegen tijdens het leren. Denk bijvoorbeeld aan opdrachten waar je fysiek moet reageren op sommen of taal, wat helpt om langer gemotiveerd te blijven.
Hebben kinderen die niet van sport houden ook plezier van bewegend leren?
Bewegend leren gaat vooral om plezier in bewegen en meedoen. Het maakt niet uit of je goed bent in sport, het gaat om actief bezig zijn tijdens de les.
Hoe kunnen leerkrachten beweging toevoegen aan gewone lessen?
Leraren kunnen eenvoudige beweegopdrachten inbouwen, zoals lopen naar een antwoord, springen, kaartjes zoeken of korte danspauzes tijdens het rekenen of lezen.
